Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.
3.16 Al met al kan derhalve mijn inziens worden volgehouden dat verdachte in casu anders had moeten en kunnen handelen. Door actief deel te nemen aan het "leestafel-zooien" zoals dat heeft plaatsgehad in de nacht van 13 op 14 april 2001 heeft verdachte zich bewust in een gevaarlijke situatie gebracht waarin de kans op het ontstaan van (zwaar) lichamelijk letsel, mede door zijn toedoen, niet onaanzienlijk was. Reeds dát had verdachte en met hem de zijnen, na moeten laten gezien de risico's die zij in het leven riepen. Aldus heeft hij met de voor culpa noodzakelijke aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid gehandeld. Uit het voorgaande volgt dat het Hof mijn inziens, door het feit bewezen te verklaren als hiervoor onder 3.2 weergegeven, geen blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting betreffende de voor de vervulling van de delictsomschrijving van art. 308 Sr noodzakelijke schuld. Dit oordeel is voorts in het licht van de bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk.(20)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 33224 tot 34219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75 | shasum -a 256