Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.
4.3 Wat betreft het gebruik van de informatie, neergelegd in de op de zitting in eerste aanleg van 17 maart 2003 door de uitdrukkelijk gemachtigde raadsman van verdachte overgelegde pleitnota, geldt in het bijzonder het volgende. De stellers van het middel voeren weliswaar terecht aan dat de door deze raadsman ter terechtzitting afgelegde verklaring níet kan gelden als een door de verdachte zelf afgelegde verklaring (en aldus niet als een verklaring van verdachte ex art. 341 lid 1 Sv tot het bewijs kan worden gebezigd),(21) maar dit neemt niet weg dat de wettelijke regels niet uitsluiten dat de door de raadsman overgelegde pleitnota onder omstandigheden kan worden aangemerkt als een ander geschrift in de zin van art. 344, eerste lid sub 5°, Sv en aldus sprake is van een wettig bewijsmiddel.(22)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 34779 tot 35600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75 | shasum -a 256