Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9178.

23 Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2004 volgt dat de zaken tegen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [medeverdachte 2] gelijktijdig, doch niet gevoegd zijn behandeld. Uit HR NJ 2004, 165 volgt dat de in de bewijsoverweging genoemde schriftelijke bewijsstukken ter zitting dienen te zijn voorgelezen of daarvan de korte inhoud moet zijn medegedeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4edf7b0a9f0b830b638f681a3ea9e396c5483e7c5690e2932b274a4c19dec75, en de alinea staat in dat document op bytes 43151 tot 43619.