Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9180.

3.6 In het middel wordt allereerst aangevoerd dat het Hof ten onrechte niet zou hebben gereageerd op het door de verdediging gevoerde verweer dat het plotselinge handelen van [slachtoffer] verdachte geen mogelijkheden bood het verdere verloop van de gebeurtenissen te beïnvloeden, nu ongeveer 30 personen aan de tafel duwden waarvan het merendeel niet in de gaten had wat zich feitelijk vooraan bij de lustrumdeuren afspeelde. De centrale stelling in het voor het Hof gevoerde verweer zou niet zijn dat [slachtoffer] medeschuld aan het ongeval had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0c4446f5b9c4e29e8c50fd768fcc44b7052e473881e53f381985c3eeed45c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0c4446f5b9c4e29e8c50fd768fcc44b7052e473881e53f381985c3eeed45c5, en de alinea staat in dat document op bytes 20170 tot 20732.