Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9180.

3.9 Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor de toepasselijkheid van art. 308 Sr niet is vereist "dat de verwijtbare gedraging van de dader de enige gedraging zou moeten zijn, waaraan het door de wet gewraakte gevolg is te wijten".(11) Een civielrechtelijke aansprakelijkheidsverdeling is hier dus niet aan de orde. In het strafrecht is de medeschuld van anderen voor de vaststelling van de strafrechtelijke culpa niet direct relevant, de eigen schuld van de dader staat steeds centraal.(12) Wél is het zo dat fouten van anderen de mate van schuld bij de dader kunnen doen afnemen, eventueel zelfs in die zin dat van een aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid - noodzakelijk voor de vervulling van de delictomschrijving van art. 308 Sr - niet meer kan worden gesproken.(13)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0c4446f5b9c4e29e8c50fd768fcc44b7052e473881e53f381985c3eeed45c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0c4446f5b9c4e29e8c50fd768fcc44b7052e473881e53f381985c3eeed45c5, en de alinea staat in dat document op bytes 23087 tot 23893.