Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9183.
De ruimte die de cassatierechter heeft om zo een onderzoek in te stellen is echter zeer beperkt. Uit de stukken waarvan de Hoge Raad kennis neemt zal direct moeten kunnen blijken dat het termijnverzuim niet aan verdachte toe te rekenen is. Het ligt op de weg van de steller van het cassatiemiddel hetzij om de aandacht te vestigen op zodanige zich in het dossier bevindende stukken(3), hetzij deze stukken als bijlagen te voegen bij schriftuur. Dat is in deze zaak niet geschied. De Hoge Raad is zelf niet in staat een feitelijk onderzoek te doen naar de vraag van de toerekenbaarheid van het verzuim van de cassatietermijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd0bd09ea1ef7f52f184cf3a391c8683348cf337d83e5e8307a98466ccb0de1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd0bd09ea1ef7f52f184cf3a391c8683348cf337d83e5e8307a98466ccb0de1e, en de alinea staat in dat document op bytes 7021 tot 7658.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd0bd09ea1ef7f52f184cf3a391c8683348cf337d83e5e8307a98466ccb0de1e | shasum -a 256