Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9215.
De Hoge Raad heeft in het verleden inderdaad uitgemaakt dat termen als ontucht, ontuchtige handelingen en seksuele gedragingen onvoldoende feitelijke betekenis hebben.(5) De stellers van het middel miskennen echter dat bij art. 250a Sr (strafbare exploitatie van prostitutie) het object van het bewijs niet de seksuele gedragingen zelf betreft maar wordt gevormd door 'het zich beschikbaar stellen om tegen betaling seksuele handelingen met een derde te verrichten'. Bewezen dient te worden dat de prostitutie, die op zich niet strafbaar is, strafbaar wordt geëxploiteerd. In theorie kan dus al worden bewezenverklaard zonder dat er reeds een seksuele handeling hoeft te zijn verricht, zolang de persoon in kwestie zich maar (onder dwang of beïnvloeding) beschikbaar heeft gesteld. Zo bezien heeft seksuele handelingen in art. 250a Sr voldoende feitelijke betekenis aangezien in het hierboven geschetste theoretische geval een nadere verfeitelijking van seksuele handelingen in de tenlastelegging onmogelijk, in ieder geval niet uitputtend, zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fcbe211d7220386419f295156874b0c808ead238f73d8c928fead3a04e83058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fcbe211d7220386419f295156874b0c808ead238f73d8c928fead3a04e83058, en de alinea staat in dat document op bytes 10538 tot 11604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6fcbe211d7220386419f295156874b0c808ead238f73d8c928fead3a04e83058 | shasum -a 256