Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9402.

Het hof heeft in zijn bestreden overwegingen niet aangenomen dat art. 719 BW (oud) voor het bestaan van een buurweg vereist dat sprake is van een gemeenschappelijke eigendom van de weg; in zoverre mist onderdeel 1 feitelijke grondslag. Het hof heeft geoordeeld dat slechts de eigenaar - of een daarmee gelijk te stellen zakelijk gerechtigde - het recht op buurweg alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen in rechte kan afdwingen. Deze regel heeft het hof ontleend aan art. 5:84 BW in welk artikel - in lid 1 - is bepaald dat - behalve de eigenaar - ook de erfpachter, de opstaller en de vruchtgebruiker zowel ten laste als ten behoeve van de onroerende zaak een erfdienstbaarheid tot stand kunnen brengen en voorts - in lid 4 - dat de erfpachter, opstaller en vruchtgebruiker voor de toepassing van de overige artikelen van titel 6 worden aangemerkt als eigenaar van het heersende onderscheidenlijk het dienende erf. De bepaling van lid 4 brengt tot uitdrukking dat de rechten en verplichtingen die uit een erfdienstbaarheid voortvloeien tot de genoemde zakelijk gerechtigden zijn gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0697c1fee735ce28b8e718ba83f631094ff83ca86536b0f64bc87a420ca3d934. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0697c1fee735ce28b8e718ba83f631094ff83ca86536b0f64bc87a420ca3d934, en de alinea staat in dat document op bytes 28881 tot 30002.