Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9410.
4.4. Uit de bewijsmiddelen kan het bereiden van amfetamine door verdachte genoegzaam blijken. Uit de bewijsmiddelen volgt dat anderen dan verdachte de bewezenverklaarde handelingen verkopen en afleveren feitelijk hebben verricht. Dat wil nog niet zeggen dat verdachte daar als medepleger niet strafrechtelijk medeverantwoordelijk voor zou kunnen worden geacht, indien uit de bewijsmiddelen zou kunnen volgen dat de samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten nauw en volledig is geweest, bijvoorbeeld als verdachten als organisatie met een afgesproken rolverdeling opereerden.(2) Die mogelijkheid wordt echter de pas afgesneden door 's Hofs overweging in de strafmotivering dat verdachte geen onderdeel heeft uitgemaakt van de organisatie maar dat hij slechts in opdracht werkte van (enkele van) zijn mededaders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7d83cdf23283aca579cc8f9d9feafea3b6634666b2c344538a90205f708ca58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7d83cdf23283aca579cc8f9d9feafea3b6634666b2c344538a90205f708ca58, en de alinea staat in dat document op bytes 11528 tot 12362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7d83cdf23283aca579cc8f9d9feafea3b6634666b2c344538a90205f708ca58 | shasum -a 256