Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9420.
9. Uit hetgeen hiervoor is uiteengezet vloeit voort dat alvorens bij de betekening van de inleidende dagvaarding en de oproeping voor de terechtzitting van 8 mei 2000 ervan mocht worden uitgegaan dat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend was, navraag had moeten worden gedaan bij de gemeente [...] of de verdachte bij zijn vertrek naar het buitenland de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geadministreerd. In aanmerking genomen dat de aan de Hoge Raad toegezonden stukken niet inhouden dat zulks is geschied, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding en de oproeping voor de terechtzitting van 8 mei 2000 op geldige wijze zijn betekend, zonder nadere motivering die ontbreekt, onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a12eac48c8b02dee969ca23cc06f13ed47ec08e91aea679c145896b79b6c55bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a12eac48c8b02dee969ca23cc06f13ed47ec08e91aea679c145896b79b6c55bf, en de alinea staat in dat document op bytes 13104 tot 13980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a12eac48c8b02dee969ca23cc06f13ed47ec08e91aea679c145896b79b6c55bf | shasum -a 256