Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.

1.2 De bank heeft zich nadien, na het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en voor het uit dienst treden van [verweerster], op het standpunt gesteld dat in de beëindigingsovereenkomst ten onrechte een bedrag van € 62.184,19 bruto is opgenomen. De bank heeft gesteld dat de in het Deelakkoord Zonder Omwegen (hierna: het Deelakkoord)(2) opgenomen maximeringsregeling per vergissing niet op het in de beëindigingsovereenkomst genoemde bedrag is toegepast. Bij een correcte berekening volgens het Deelakkoord heeft [verweerster] recht op een bedrag van € 51.955,83 bruto. De bank heeft geweigerd [verweerster] het bedrag van € 62.184,19 te betalen en stelt zich op het standpunt [verweerster] slechts een bedrag van € 51.955,83 te zijn verschuldigd. [Verweerster] heeft geweigerd dit bedrag te accepteren en wenst uitbetaling van het bedrag, genoemd in de beëindigingsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 6280 tot 7186.