Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.

1.10 In het incidentele appel heeft het hof geoordeeld dat [verweerster] slechts recht heeft op de wettelijke rente over het verschil tussen het door haar gevorderde bedrag van € 62.184,19 en het bedrag van € 51.955,83, dat de bank bereid was haar te betalen. Bij aanvaarding van dit laatste bedrag zou [verweerster] daarover immers geen rente hebben gederfd (rov. 3.8). Hetgeen [verweerster] bij wijze van vermeerdering van eis heeft gevorderd, heeft het hof niet voor toewijzing vatbaar geoordeeld. Art. 6:119 lid 1 BW heeft immers tot strekking de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een geldsom op de wettelijke rente te fixeren, zodat [verweerster] niet met succes een vergoeding kan vorderen die boven de reeds gevorderde wettelijke rente uitgaat (rov. 3.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 18994 tot 19795.