Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.
3.8 Subonderdeel B.6 voert tegen het bestreden oordeel aan dat dit niet strookt met de tekst van art. 2a van de beëindigingsovereenkomst, welke bepaling de werknemer een vergoeding in het vooruitzicht stelt, "zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand na de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst" te verstrekken, "berekend op de wijze zoals beschreven in het Deelakkoord Zonder Omwegen en de brochure Financiële Regelingen", en die vervolgt met de mededeling dat "(o)p basis van de thans geldende/bekende gegevens (...) de vergoeding EUR 62.184,19 bruto, verminderd met de loonheffing (bedraagt)". Volgens het subonderdeel brengt de tekst van de bepaling reeds met zich dat na beëindiging een berekening van de vergoeding zal worden verstrekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 34028 tot 34811.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b | shasum -a 256