Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.
3.9 Volgens subonderdeel B.7 moet ook in verband met de vraag op welk bedrag [verweerster] aanspraak kan maken (het juiste, op de in de beëindigingsovereenkomst omschreven wijze te berekenen bedrag, dan wel het in die overeenkomst naast die berekeningswijze vermelde rekenresultaat op grond van "thans geldende/bekende gegevens"), de door de bank aan haar werknemers gegeven informatie worden betrokken. In het licht van die informatie is volgens het subonderdeel zonder nadere motivering niet begrijpelijk dat [verweerster] het tussen partijen overeengekomene aldus heeft kunnen en mogen opvatten dat de vermelding van het bedrag in de beëindigingsovereenkomst juist was. Ook hier heeft het hof volgens het subonderdeel van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven, dan wel zijn beslissing niet naar behoren gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 36867 tot 37705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b | shasum -a 256