Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.

Naar mijn mening heeft de bank ook in de feitelijke instanties, althans in eerste aanleg, niet anders betoogd dan dat (ook) in het licht van de door haar aan haar werknemers verstrekte informatie duidelijk moet zijn geweest dat vrijwillig vertrek op niet meer en niet minder dan een overeenkomstig het Deelakkoord te berekenen stimuleringspremie aanspraak gaf. Kennelijk heeft de kantonrechter in dat betoog gelezen dat de bank zich op het standpunt had gesteld dat [verweerster] wist of behoorde te weten dat een onjuist bedrag in de beëindigingsovereenkomst was opgenomen. Stellingen van die strekking heb ik in de processtukken van de eerste aanleg echter niet aangetroffen: het ging de bank er blijkens het door haar gevoerde betoog niet zozeer om dat [verweerster] wist of behoorde te weten dat het in de beëindigingsovereenkomst genoemde bedrag onjuist was, maar dat dit bedrag de overeenkomstig het Deelakkoord te berekenen stimuleringspremie zou moeten representeren. Weliswaar bood dit laatste [verweerster] de mogelijkheid het in de beëindigingsovereenkomst genoemde bedrag te controleren, maar de bank heeft [verweerster] (als ik het goed zie) althans in eerste aanleg niet tegengeworpen dat zij die controle achterwege heeft gelaten. Bij conclusie van antwoord (onder 15) heeft de bank zich daarentegen op het standpunt gesteld dat zij zich kan vinden in het oordeel van de CAO-adviescommissie dat door het foutief berekende bedrag "bij [verweerster] een wilsgebrek zou kunnen bestaan ten aanzien van het beëindigen van haar arbeidsovereenkomst" en dat [verweerster] daarom in de gelegenheid diende te worden gesteld terug te komen op haar keuze de bank te verlaten, indien zij de correct berekende stimuleringspremie te laag zou vinden. Ook in hoger beroep heeft de bank in de toelichting op haar derde grief vooral benadrukt dat [verweerster] met het Deelakkoord en de daarin vervatte berekeningssystematiek bekend was en dat zij de berekening ook zelf had kunnen maken(7). Ik vermeld dit een en ander omdat ik meen dat de kantonrechter en het hof de portee van de door het subonderdeel bedoelde stellingen van de bank over de door haar aan haar werknemers over het Deelakkoord verstrekte informatie niet geheel zuiver hebben weergegeven door die stellingen te betrekken op de vraag of [verweerster] wist of behoorde te weten dat het in de beëindigingsovereenkomst vermelde bedrag onjuist was, terwijl in de gedachtegang van de bank (veronderstelde) wetenschap omtrent de juiste berekeningswijze (te weten die volgens het Deelakkoord) volstond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 38200 tot 40776.