Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9701.

Naar mijn mening mist het onderdeel feitelijke grondslag, waar het hof met de zinsnede "maakt dit niet anders" aan het slot van rov. 3.6 niet heeft gedoeld op de vraag of [verweerster] het in de beëindigingsovereenkomst vermelde bedrag als resultaat van een definitieve berekening mocht opvatten, maar op de vraag of [verweerster] op de juistheid van dat bedrag mocht vertrouwen. Het hof heeft die laatste vraag in bevestigende zin beantwoord en geoordeeld dat daaraan niet afdoet dat aan [verweerster] bij controle van het bedoelde bedrag de onjuistheid daarvan had kunnen blijken. Onbegrijpelijk is die gedachtegang niet (aan het door het hof aangenomen vertrouwen komt immers juist de betekenis toe dat [verweerster] niet was gehouden het in de beëindigingsovereenkomst vermelde bedrag te controleren), zodat ook de daartegen gerichte motiveringsklacht van subonderdeel C.10 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7ff7be33fb6c4920db4c132901c6a1da835bfa270c620e604e290c416c0460b, en de alinea staat in dat document op bytes 42568 tot 43467.