Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX9705.

2.28 Ik vind de in het eindrapport gegeven motivering dat in ieder geval één van de doorprocederende partijen bij een uitspraak over het onderliggende geschil meent belang te hebben, niet overtuigend. Voorbij gegaan wordt aan de vraag hoe zich dit verhoudt tot de eveneens vaste rechtspraak dat de rechter niet meer geadieerd kan worden indien de inzet van de procedure geen feitelijke betekenis meer heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4de4b69498f8e60cd69517c12dd9afcd9f1364fd70a765d623182a1cf178a13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4de4b69498f8e60cd69517c12dd9afcd9f1364fd70a765d623182a1cf178a13, en de alinea staat in dat document op bytes 38309 tot 38731.