Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2006

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY7463.

20 Bij sommige van de door het EVRM beschermde rechten is iedere inbreuk a priori uitgesloten, en wordt (dus) geen ruimte gelaten voor rechtvaardiging. Dat geldt bijvoorbeeld voor het - in deze zaak zijdelings een rol spelende - "recht op leven'' van art. 2 EVRM. Zie (ook) Vande Lanotte - Haeck, Handboek EVRM Deel 1, 2005, p. 214 - 215; Van Dijk - Van Hoof c.s., Theory and practice of the European Convention on Human Rights, 1996, p. 86.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ae12df2628f099730d249fadce008c378e3ac7a0603c58b805ac4fa340927b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ae12df2628f099730d249fadce008c378e3ac7a0603c58b805ac4fa340927b5, en de alinea staat in dat document op bytes 61922 tot 62377.