Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.

Ik meen dat noch de stelling dat [verzoeker 2] € 600.000,- heeft geïnvesteerd in SVH, welke investering is omgezet in een (latente) vordering van Lion op de Stichting, noch de stelling dat werd nagedacht over een licentievergoeding van de Stichting aan Lion, (op afdoende en duidelijke wijze) weerlegt hetgeen [verweerder 1] heeft aangevoerd namelijk dat [verzoeker 1] hem op 1 december 2003 het voorstel heeft gedaan om uit de Stichting € 600.000,- aan Lion te betalen omdat [verzoeker 2] financiële problemen had en met deze betaling zou zijn geholpen. Daarom acht ik 's hofs in r.o. 1.10 neergelegde oordeel dat [verzoekers] niet, althans niet voldoende duidelijk de genoemde stelling van [verweerder 1]/de Stichting hebben betwist, geenszins onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 22943 tot 23724.