Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.

3.3 Klacht 2 bestrijdt r.o. 7 en r.o. 8 waarin het hof een oordeel heeft geveld over het beroep van [verzoekers] op de niet-ontvankelijkheid van het verzoek van [verweerder 1]. [Verzoekers] hadden (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) aangevoerd dat [verweerder 1] geen belang bij zijn verzoek heeft aangezien hij is ontslagen op de dag waarop hij zijn verzoekschrift heeft ingediend en hij geen aanspraak heeft gemaakt op vernietiging van het ontslagbesluit en/of op terugkeer als bestuurder. Daarmee is [verweerder 1] volgens [verzoekers] direct noch indirect financieel betrokken bij de Stichting. Nu de rechtsgang van art. 2:298 geen actio popularis is voor iedereen die zich voor de gang van zaken in de Stichting interesseert, dient [verweerder 1] niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek. In r.o. 7 heeft het hof hieromtrent het volgende overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 24259 tot 25147.