Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.

Klacht 2 voert aan dat het hof door aldus te oordelen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van het begrip 'belanghebbende' in art. 2:298 BW. Gesteld wordt, onder verwijzing naar literatuur en jurisprudentie, dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de kring van belanghebbenden in de zin van art. 2:298 BW is beperkt tot degenen met een direct belang bij de stichting; degene die het verzoek als bedoeld in art. 2:298 BW doet, zal zijn belang moeten stellen en zo nodig moeten aantonen. Volgens klacht 2 behoort [verweerder 1] niet tot de kring van belanghebbenden omdat hij ten tijde van de indiening van het verzoek geen bestuurder meer was van de Stichting en hij niet gesteld heeft welk direct belang hij heeft bij het verzoek, dit terwijl [verzoekers] hebben betwist dat [verweerder 1] als belanghebbend kan worden aangemerkt. Aangevoerd wordt verder dat er geen grond bestaat om, naar analogie van de regeling van het enquêterecht (art. 2:344-359 BW), de kring van belanghebbenden in de zin van art. 2:298 BW uit te breiden tot voormalig bestuurders van de stichting omdat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 27498 tot 28620.