Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.

Wie nu precies tot de groep van belanghebbenden in de zin van art. 2:298 BW behoort en daarmee een verzoek tot ontslag bij de rechtbank kan indienen, wordt in de wet niet nader aangegeven. Lezing van de literatuur leert dat in de eerste plaats algemeen wordt aangenomen dat de stichting zelf belanghebbende is. Verder wordt geschreven dat de belanghebbende een 'redelijk' of 'direct' belang moet hebben en dat dit al gauw aanwezig zal zijn indien er sprake is van 'een rechtstreekse betrokkenheid bij de stichting' dan wel wanneer iemand door het betreffende optreden van het stichtingsbestuur 'rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen', bijvoorbeeld als uitkeringsgerechtigde, als lid van een van de organen van de stichting, als werknemer of als cliënten van een stichting: vgl. Asser-Maeijer II 1997, nr. 491; Dijk/Van der Ploeg, Van vereniging en stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij 2002, p. 199-200; P.J.M. van Wersch, RM Themis 1980, p. 266-267; Rechtspersonen, art. 298 (Stille), aant. 1. Zie voorts S. Boekman, De verzoekschriftprocedure, 1996, p. 10, 13-14 waar zij - onder verwijzing naar rechtspraak - schrijft dat bij hantering van het begrip 'belanghebbende' de aan te leggen maatstaf moet zijn: de ratio van de betreffende wetsbepaling en het in geding zijn van een eigen recht of verplichting dan wel een bijzondere functie of taak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 32373 tot 33761.