Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.
Uit de rechtspraak blijkt met betrekking tot de invulling van het begrip 'belanghebbende' het volgende. Wanneer niet in de wet is aangegeven wie tot de belanghebbenden in de zin van een bepaling zijn te rekenen, moet volgens de Hoge Raad in dat geval voor ieder type verzoekschriftprocedure uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid wie als belanghebbende kan worden aangemerkt, aldus HR 25 oktober 1991, NJ 1992, 149 m.nt. Ma. Onder herhaling van dit uitgangspunt heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 6 juni 2003, NJ 2003, 486 m.nt. Ma deze maatstaf nader ingevuld door te overwegen dat bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, een rol zal spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 33769 tot 34878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578 | shasum -a 256