Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.

Gesteld wordt dat [verzoekers] hetgeen het hof in de aangehaalde overwegingen heeft aangenomen in feitelijke aanleg uitvoerig hebben bestreden. Daartoe wordt verwezen naar onderdelen van door hen ingediende gedingstukken. Bovendien, zo vervolgt klacht 3, hebben [verzoekers] (ook) in hoger beroep aangeboden hun stellingen te bewijzen door alle middelen rechtens. Door niettemin uit te gaan van de in r.o. 13, 15, 18, 20, 24 en 32 neergelegde aannames, zou het hof hebben miskend dat het de rechter weliswaar vrijstaat aan de ten processe vaststaande feiten vermoedens te ontlenen, maar dat het [verzoekers] op de voet van art. 362 jo. 284 jo. 151 lid 2 Rv vrijstond tegenbewijs te leveren tegen de conclusies die het hof getrokken heeft en dat een aanbod tot het leveren van tegenbewijs niet gespecificeerd behoeft te worden. Dit zou temeer gelden nu [verzoekers] in eerste aanleg niet zijn toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 40142 tot 41090.