Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.
Vooropgesteld moet worden dat ook in hoger beroep pas plaats is voor toelating tot (nadere) bewijslevering, waaronder tegenbewijs, wanneer de gestelde feiten mede in het licht van het reeds aanwezige bewijsmateriaal voldoende gemotiveerd zijn betwist.(10) M.i. ziet klacht 3 eraan voorbij dat het hof (in de bestreden overwegingen) kennelijk van oordeel was dat de stellingen van [verweerder 1], in het licht van de vaststaande feiten, onvoldoende gemotiveerd door [verzoekers] zijn betwist. Dit oordeel, dat nauw verweven is met waarderingen van feitelijke aard, is slechts in beperkte mate in cassatie toetsbaar. In het licht van 's hofs overige overwegingen, de gedingstukken en het door partijen gevoerde debat acht ik 's hofs kennelijke oordeel dat [verzoekers] het door [verweerder 1] gestelde niet voldoende gemotiveerd hebben betwist, geenszins onbegrijpelijk en afdoende gemotiveerd.(11) Klacht 3 wordt tevergeefs voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 41795 tot 42743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578 | shasum -a 256