Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.
3.8 Het antwoord op de vraag of de beschikking waarbij een (of meer) stichtingsbestuurder(s) wordt (worden) ontslagen uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard, valt niet in art. 2:298 BW te vinden. Zoals klacht 4 terecht stelt, geldt als uitgangspunt dat de bestuurder(s) is (zijn) ontslagen als de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Daarmee is evenwel niet gezegd dat de beschikking niet direct na het wijzen ervan werking kan verkrijgen door haar uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Zoals het hof terecht heeft vooropgesteld, geldt op grond van art. 288 Rv als hoofdregel dat de rechter (en jo. art. 362 Rv ook de appèlrechter) een eindbeschikking uitvoerbaar bij voorraad kan verklaren, met of zonder zekerheidstelling. De uitvoerbaar bij voorraad-verklaring kan worden verzocht maar de rechter kan deze ook ambtshalve uitspreken, zie met verwijzingen naar de wetsgeschiedenis: Burgerlijke Rechtsvordering, art. 288 (Schaafsma-Beversluis), aant. 6 alsmede Snijders en Wendels, Civiel appèl 2003, nr. 382. Hoewel dit niet expliciet uit art. 288 Rv volgt, wordt algemeen aangenomen dat (in lijn met hetgeen in art. 233 Rv voor de dagvaardingsprocedure is neergelegd) op de mogelijkheid tot uitvoerbaar bij voorraad-verklaring uitzonderingen bestaan, en wel wanneer de wet anders bepaalt of de aard van de beschikking zich daartegen verzet, zie o.m.: Snijders en Wendels, Civiel appèl 2003, nr. 382; Burgerlijke Rechtsvordering, art. 288 (Schaafsma-Beversluis), aant. 2. Anders dan klacht 4 aanvoert, zie ik voor de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de ontslagbeschikking ex art. 2:298 BW evenwel geen belemmering op grond van de aard van de beslissing. Vgl. ook Rb Haarlem 24 april 1996, JOR 1998, 17 m.nt. BW. Het enkele feit dat in de literatuur wel wordt verdedigd dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een beschikking ex art. 2:298 niet mogelijk is, maakt dit niet anders. Temeer niet, daar in de aangehaalde literatuur geen enkel argument naar voren wordt gebracht contra de mogelijkheid tot uitvoerbaarheid bij voorraad, terwijl ik anderzijds juist wel reden zie pro de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de ontslagbeschikking. Zo meen ik dat het belang van de stichting, alsmede dat van derden die bij de stichting zijn betrokken, bij een onmiddellijke werking van de ontslagbeschikking wegens wanbeheer, in de regel zwaarder zal wegen dan het belang van de stichtingsbestuurder(s) bij behoud van de bestaande toestand totdat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. M.i. moet hetgeen het hof aan het slot van r.o. 27 heeft overwogen juist ook in de sleutel van deze belangenafweging worden geplaatst:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 45810 tot 48477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578 | shasum -a 256