Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8290.
Het feit dat de rechter op grond van het tweede lid van art. 2:298 BW een tijdelijke voorziening in het bestuur kan treffen (bijvoorbeeld schorsing van de betrokken bestuurder(s)) en kan bepalen dat die voorziening zal worden verlengd totdat het ontslag in werking zal zijn getreden, staat niet, zoals klacht 4 aanvoert, aan de mogelijkheid tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad in de weg. Sterker nog, dat de rechter zijn toevlucht zoekt tot verlenging van de voorlopige voorziening die op grond van lid 2 'hangende het onderzoek' kan worden getroffen, geeft m.i. juist de noodzaak, althans wenselijkheid, aan van de mogelijkheid tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de ontslagbeslissing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578, en de alinea staat in dat document op bytes 48974 tot 49684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7f4e1cbc9fa9c7529e4bd705f436cec98325c2900d8962c22db91c6321da578 | shasum -a 256