Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8330.

Op 15 september 2002 ben ik naar de woning van [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) gereden in [woonplaats]. Toen ik echter [verdachte] in de woning zag staan en hij de deur niet open wilde doen, werd ik echt kwaad. Ik ben hierop tegen de deur gaan schoppen met het doel deze open te krijgen. Na drie keer schoppen ging de deur open en ben ik de hal ingelopen. Nadat ik de hal was ingelopen heb ik de deur naar de woonkamer geopend. Toen ik vervolgens door deze deur de woonkamer in liep, zag ik gelijk [verdachte] staan. Ik zag dat hij een pistool in zijn hand hield en dit op mij richtte. Gelijk hoorde ik ook een knal en ik realiseerde mij gelijk dat [verdachte] op mij schoot. Ik had geen tijd om te reageren of weg te duiken. [verdachte] heeft ook niets tegen mij gezegd of gewaarschuwd. Op het moment dat ik de deur opende van de woonkamer en naar binnen liep, schoot hij gelijk. Ik voelde gelijk dat ik hevige pijn had in mijn rechterbovenarm en begreep dat ik in mijn arm geschoten was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672, en de alinea staat in dat document op bytes 7990 tot 9004.