Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8330.
12. Aan deze klacht ligt kennelijk de opvatting ten grondslag dat de door het Hof aangenomen persoonlijkheidsstoornis er aan in de weg staat dat de verdachte, zoals voor bewezenverklaring van moord vereist is, dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daar rekenschap van heeft gegeven.(4). Die opvatting is in zijn algemeenheid niet juist.(5) Omstandigheden waarom dit in het onderhavige geval anders zou zijn, zijn niet aangevoerd en liggen ook in het arrest van het Hof niet besloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672, en de alinea staat in dat document op bytes 26539 tot 27201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672 | shasum -a 256