Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006
Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY8330.
30. In essentie verschilt de aangevallen overweging in de onderhavige zaak niet wezenlijk van die in het hiervoor aangehaalde arrest. Ook in de onderhavige overweging oordeelt het Hof immers over de aannemelijkheid van de gestelde feiten, niet over het bewijs daarvan. Daarom zie ik geen reden waarom de in het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad uitgespreide mantel der liefde ook de onderhavige overweging niet zou kunnen bedekken. Ik zal niet verhelen dat mijn liefde zover niet gaat, maar meen dat het uit een oogpunt van uniforme rechtstoepassing niet gewenst is het arrest van 13 juni 2006 hier niet als leidraad te nemen. Dit brengt mij tot de conclusie dat de klacht over de door het Hof gehanteerde maatstaf berust op onjuiste lezing van de overweging van het Hof. Deze dient aldus te worden verstaan dat de door de verdediging aan het verweer ten grondslag gelegde lezing van de gebeurtenissen niet aannemelijk is geworden, en dat het Hof ter verduidelijking daarvan heeft verwezen naar de gang van zaken zoals deze blijkt uit de bewijsmiddelen. De klacht faalt dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672, en de alinea staat in dat document op bytes 41806 tot 42904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1bf15e4e56f16fb2bffe233f4e82eaf5d00cce148236f300f2835d3901edc672 | shasum -a 256