Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.
5. Ik stel voorop dat voor het aanwezig hebben in de zin van art. 2, eerste lid, onder C Opiumwet voldoende is dat de betreffende goederen zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden. Niet vereist is dat de goederen zich in de fysieke nabijheid van de verdachte bevinden.(1) Het begrip "aanwezig hebben" is ingevoerd bij de wetswijziging van 23 mei 1976, Stb. 1976, 424. Bij de parlementaire behandeling is het begrip 'aanwezig hebben afgezet tegen het begrip 'bezitten'. Voor het begrip bezitten is niet gekozen omdat met de woorden "aanwezig hebben" een zuiver feitelijke situatie wordt aangeduid, terwijl men bij het woord "bezit" aan een juridische kwalificatie zou kunnen denken (Kamerstukken II, 1974-1975, 13 407, nr. 7, p. 2). Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is het volgende ter tafel gekomen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 6149 tot 6995.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06 | shasum -a 256