Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.
Naar het oordeel van de verdediging kan niet gezegd worden dat [verdachte] de 175.900 XTC-pillen aanwezig heeft gehad. Het bestanddeel 'aanwezig hebben' in de zin van artikel 2 van de Opiumwet, houdt in dat de verdachte een zekere macht over de verdovende middelen kan uitoefenen. Ik verwijs in dit verband naar HR NJ 1987/359, waarin de verdachte tezamen met een ander naar Amsterdam reed, daar hasj kocht, vervolgens samen met de ander terug reed naar Leeuwarden, terwijl de ander de hasj onder zijn jas verstopte, hetgeen de verdachte wist. De Hoge Raad overweegt (onder 6.2):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 10060 tot 10652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06 | shasum -a 256