Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.

Waar het mitsdien om gaat is dat de verdachte een zodanige macht kon uitoefenen over de verdovende middelen, dat hij geacht kan worden die verdovende middelen aanwezig te hebben gehad. Voor de thans voorliggende strafzaak behoeft mitsdien de vraag beantwoording of [verdachte] een zodanige macht over de 175.900 XTC-pillen kon uitoefenen, dat gezegd kan worden dat hij die aanwezig heeft gehad. Naar het stellig oordeel van de verdediging kan op basis van het voorliggende dossier niet tot dat oordeel worden gekomen. Er blijkt niet -en het is overigens ook niet aannemelijk- dat [verdachte] ook maar de geringste macht over de pillen kon uitoefenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 11130 tot 11794.