Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.
Anders dan de raadsman aanvoert, is het hof van oordeel dat, gelet op het voorgaande, in de onderhavige zaak niet in strijd met het bepaalde in artikel 126g, zesde lid, eerste volzin, Sv, is gehandeld. De door de politie aan de officier van justitie opgegeven feiten en omstandigheden, te weten de vermoedelijke aanwezigheid van een XTC-laboratorium, rechtvaardigen onverwijld politieoptreden en daarvoor behoeft een schriftelijk bevel niet te worden afgewacht. Hieraan doet als zodanig niet af dat dat politieoptreden ruim twee weken op zich heeft laten wachten. Het hof stelt vast dat de inkijk binnen het grenzen van het op 4 februari 2003 gegeven bevel is uitgevoerd. Anders is dat ten aanzien van de schriftelijke vastlegging: in strijd met de tweede volzin van genoemde bepaling is het mondeling afgegeven bevel niet binnen drie dagen op schrift gesteld. Beoordeeld dient te worden wat de gevolgen van dit verzuim dienen te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 18390 tot 19339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06 | shasum -a 256