Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.
16. In HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376 m.nt YB zijn door de Hoge Raad hoge eisen gesteld aan een beroep op onrechtmatig verkregen bewijs. Een dergelijk verweer behoeft alleen dan een uitdrukkelijke weerlegging, als aan de hand van de in rov. 3.5 van dat arrest besproken factoren duidelijk en gemotiveerd wordt aangegeven waarom het beweerdelijke verzuim gesanctioneerd dient te worden met bewijsuitsluiting. Dit tegen de achtergrond dat bewijsuitsluiting niet het enige rechtsgevolg is dat aan een vormverzuim kan worden verbonden. In HR 5 april 2005, NJ 2005, 301 wordt door de Hoge Raad nog een stap verder gegaan. Een verweer dat niet aan de gestelde eisen voldoet (maar dat door het Hof desondanks - dus onverplicht - is weerlegd), kan in cassatie niet ten toets komen. Met die stap lijkt de Hoge Raad zich niet alleen de mogelijkheid te hebben ontnomen om in het belang van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling uitspraken te doen over mogelijk principiële kwesties, maar lijkt de Hoge Raad ook de mogelijkheid te hebben aanvaard dat veroordelingen in stand blijven die berusten op apert onjuiste gronden. Dat echter terzijde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 23669 tot 24815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06 | shasum -a 256