Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.

17. In casu - zo leren de overgelegde pleitnotities - heeft de raadsman (na te hebben geponeerd dat het enkele feit dat de verdachte werkzaamheden in de - niet aan hem toebehorende en niet door hem gehuurde - loods heeft verricht, meebracht dat het betreden van die loods een inbreuk op zijn privacy vormde) niet meer gesteld dan dat de conclusie dat de inkijkoperatie onrechtmatig was, "behoort te leiden tot bewijsuitsluiting van hetgeen daar uiteindelijk is aangetroffen". Naar mijn mening is aldus niet aan de door de Hoge Raad aan een dergelijke verweer gestelde eisen voldaan, hetgeen mee zou moeten brengen dat het tegen de verwerping van het verweer gerichte middel reeds om die reden faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 24835 tot 25547.