Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.

20. De door het Hof gekozen benadering bergt het gevaar in zich dat de beoordeling van de "dringende noodzaak" wordt losgekoppeld van het moment van binnentreden. Ik merk daarbij op dat de drie-dagentermijn genoemd in de tweede volzin van art. 126g lid 6 Sv niet bepalend is voor de vraag of de vereiste spoed maakt dat een schriftelijk bevel niet kan worden afgewacht. Hoeveel tijd gemoeid is met het afgeven van een schriftelijk bevel zal afhangen van de omstandigheden, maar het komt mij voor dat daarvoor in het algemeen aanmerkelijk minder tijd nodig is dan drie dagen. Pas als de conclusie is getrokken dat noodgedwongen zonder schriftelijk bevel moet worden binnengetreden, komt de drie-dagentermijn om de hoek kijken. Juist omdat het hier gaat om het achteraf op schrift stellen van een reeds gegeven bevel - hetgeen geen spoedeisend karakter heeft - kan daarvoor enige tijd worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 27842 tot 28754.