Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9178.

21. Het geval van "dringende noodzaak" veronderstelt naar mijn mening dat van het bevel vrijwel onmiddellijk - dat wil zeggen binnen de tijd die nodig is om een schriftelijk bevel te geven - gebruik wordt gemaakt. Dat de voorbereiding van de inkijkoperatie geruime tijd in beslag kan nemen(3), doet daaraan niet af. De wet verbiedt niet dat al vóór het afgeven van het bevel met de voorbereiding wordt begonnen. De OvJ kan daarvoor mondeling het groene licht geven. Waarop het aankomt is of er op het moment van inkijken een schriftelijk bevel is of kon zijn. Hoe langer de voorbereiding duurt, hoe meer tijd er is om te zorgen voor een schriftelijk bevel. Uiteraard kan zich de stuatie voordoen dat van een op goede gronden afgegeven mondeling bevel door onvoorziene omstandigheden geen (onmiddellijk) gebruik kan worden gemaakt. Het kan dan mijns inziens niet zo zijn dat het eenmaal afgegeven mondeling bevel zijn kracht behoudt, mits het maar binnen drie dagen op schrift wordt gesteld.(4) Als de inkijkoperatie op een later tijdstip plaatsvindt dan aanvankelijk was voorzien, zal opnieuw beoordeeld moeten worden of op dat latere tijdstip de tijd ontbreekt om een schriftelijk bevel af te wachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e7e08a1bdc8be87835abf560576acfadf596feb92fb55d1d1c702f96a9ea06, en de alinea staat in dat document op bytes 28774 tot 29992.