Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9749.
Bij eindvonnis van 2 april 2003 heeft de rechtbank de vordering van [eiser] toegewezen. Daartoe heeft zij overwogen als volgt. Het beroep op art. 18 lid 1 RVV 1990 gaat niet op nu deze bepaling - op de voet van art. 64 RVV 1990 - niet van toepassing is als er ter plaatse in werking zijnde verkeerslichten zijn. Geconcludeerd moet worden dat [betrokkene 1] vóór zijn linksafslaande manoeuvre in het geheel niet heeft gekeken naar de rijbaan waarop [eiser] reed en dat hij aldus heeft gehandeld in strijd met het verbod van art. 5 WVW om zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg kan worden veroorzaakt en/of in strijd met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke zorgvuldigheid die hij jegens [eiser] in acht had te nemen. Vaststaat immers dat ten tijde van het ongeval het zicht naar beide zijden voor honderden meters onbelemmerd was, dat [eiser] circa 80 km/u reed, dat bij deze stand van zaken de door [eiser] bestuurde auto zichtbaar moet zijn geweest voor [betrokkene 1] op het moment dat hij ([betrokkene 1]) bij de kruising was aangekomen, en dat blijkens de registratieset [betrokkene 1] tegenover de politie heeft verklaard dat hij de door [eiser] bestuurde auto niet heeft gezien terwijl NBM zich niet, althans onvoldoende duidelijk op het standpunt heeft gesteld dat [betrokkene 1] zulks in werkelijkheid niet heeft verklaard. [Betrokkene 1] heeft derhalve een fout gemaakt, ook wanneer het zo zou zijn (zoals [betrokkene 1] heeft gesteld) dat het voor hem bestemde verkeerslicht groen licht uitstraalde toen hij links afsloeg en hij bijgevolg voorrang op al het andere verkeer had, omdat zelfs onder deze omstandigheden de uit art. 5 WVW en/of art. 6:162 BW voortvloeiende verplichting geldt om vóór het links afslaan uit te kijken in de richting van eventueel tegemoetkomend verkeer op de andere rijbaan. In de stelling van NBM dat [betrokkene 1] links afsloeg toen het voor hem bestemd verkeerslicht groen licht uitstraalde, ligt besloten de stelling dat [eiser] door rood licht heeft gereden. Bij gebleken juistheid van die stelling zou sprake zijn van eigen schuld van [eiser]. Een eventueel op art. 6:101 BW geënt verweer zou NBM echter niet kunnen baten omdat de bewijslast ten aanzien van de feiten die een beroep op eigen schuld van [eiser] kunnen schragen, op NBM rust en, nu NBM tot tweemaal toe heeft opgemerkt dat achteraf niet meer is vast te stellen welk verkeerslicht rood dan wel groen uitstraalde, haar bewijsaanbod dienaangaande niet als zodanig serieus kan worden beschouwd dat de rechtbank daarop dient in te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd, en de alinea staat in dat document op bytes 9932 tot 12506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd | shasum -a 256