Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9749.

9. De middelonderdelen 1 en 2 komen op tegen 's hofs oordeel in de rechtsoverwegingen 7, 8, 12 en 13 (hiervoor geciteerd) waarin het hof overwoog dat nu vaststaat dat [eiser] dan wel [betrokkene 1] door rood moet hebben gereden en nu [eiser] niet aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd dat [betrokkene 1] door rood licht is gereden, bij de verdere beoordeling van het geschil veronderstellenderwijs ervan moet worden uitgegaan dat dit laatste niet het geval is geweest en dat dus [eiser] degene is geweest die door rood licht is gereden, dat deze (veronderstelde) ernstige verkeersfout de aanrijding heeft veroorzaakt, dat [betrokkene 1] in de gegeven situatie erop mocht vertrouwen dat hij veilig de kruising kon oprijden en links kon afslaan en dat als [betrokkene 1] al enige vorm van onoplettendheid dan wel onzorgvuldigheid zou kunnen worden verweten, deze fout in het niet valt bij de verkeersfout van [eiser], zodat ook in dat geval de schade redelijkerwijs volledig aan [eiser] is toe te rekenen. Het middel beroept zich - zoals onder 1 reeds opgemerkt - op uw arrest van 22 april 2005, NJ 2006, 20.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd, en de alinea staat in dat document op bytes 21202 tot 22330.