Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9749.

10. In het arrest van 22 april 2005 van uw Raad waarop het middel zich beroept, ging het - evenals in de onderhavige zaak - om een aanrijding tussen twee motorrijtuigen waarbij vaststond dat een van beide bestuurders door rood licht moest zijn gereden doch niet was komen vast te staan en ook niet kon worden bewezen wie van beiden door rood was gereden. In die zaak ging het om een bromfietser die op de door verkeerslichten beveiligde kruising ter plaatse op een (afgescheiden) (brom)fietspad in botsing was gekomen met een rechtsafslaande automobilist. De bromfietser, die ernstige letselschade (een schedelbreuk) had opgelopen, heeft in die zaak de (verzekeraar van de) automobilist aangesproken, subsidiair op de grond dat zelfs al zou de automobilist het kruisingsvlak bij voor hem groen licht zijn opgereden, de automobilist onrechtmatig heeft gehandeld door zich onvoldoende ervan te vergewissen dat het kruisingsvlak vrij van verkeer was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd, en de alinea staat in dat document op bytes 24504 tot 25465.