Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9749.
11. In het onderhavige geval kan evenmin kan worden vastgesteld/bewezen wie van beide bestuurders door rood licht is gereden en houdt de ene automobilist, [eiser], de andere automobilist, [betrokkene 1], aansprakelijk uit hoofde van art. 6:162 BW juncto art. 5 WVW op de grond dat laatstgenoemde onzorgvuldig heeft gehandeld bij het oprijden van de kruising. Uit het hiervoor besproken arrest van de Hoge Raad volgt dat bij de beantwoording van de vraag of [betrokkene 1] onrechtmatig heeft gehandeld, ervan moet worden uitgegaan dat [betrokkene 1] groen licht had toen hij de kruising opreed om linksaf te slaan en - derhalve - [eiser] rood licht. De maatstaf aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of [betrokkene 1] in casu - ervan uitgaande dat hij groen licht had - onrechtmatig heeft gehandeld is - zo blijkt uit bedoeld arrest - of [betrokkene 1] door het handelen dat hem wordt verweten een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen, waarbij de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat handelen zo groot was dat hij zich naar maatstaven van zorgvuldigheid jegens [eiser] van dat gedrag had moeten onthouden, in welk verband in het bijzonder van belang is of [betrokkene 1] in de omstandigheden van het onderhavige geval - anders dan hij heeft gedaan - rekening diende te houden met de verkeersfout, het door rood licht rijden, van de automobilist [eiser] en daarop zijn rijgedrag had kunnen en moeten afstemmen. (Vgl. ook HR 23 juni 1995, NJ 1995, 730 en HR 14 juli 2000, NJ 2001, 417, m.nt. JH en de losbladige editie Onrechtmatige daad III, aant. 16 (Bouman).) De beantwoording van bedoelde vraag hangt mede af van de waardering van de omstandigheden van het geval zoals bijvoorbeeld de overzichtelijkheid van de kruising, de snelheid waarmee [eiser] naderde en de vraag op welke afstand [eiser] zich nog van de kruising bevond en in verband daarmee of al dan niet moet worden aangenomen dat [betrokkene 1] [eiser] in het geheel niet heeft gezien; alleen bij bevestigende beantwoording van deze vraag komt het beroep van [betrokkene 1] op eigen schuld van [eiser] aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd, en de alinea staat in dat document op bytes 29212 tot 31343.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a7841fffad58bb019fc033138579c8b79d0472961e676ca7b9b4ec7273e6dbd | shasum -a 256