Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ0139.
c. Onder 12 en 13 van het verzoekschrift in hoger beroep wordt betoogd dat de Rechtbank ten onrechte [verzoeker] een verwijt maakt van de onttrekkingen van geld aan de kwaliteitsrekeningen. Hij was aanvankelijk niet op de hoogte van die onttrekkingen, was ook niet bevoegd over derdengelden te beschikken en heeft dat ook nooit gedaan. Die onbekendheid hield verband met het feit dat de dagelijkse leiding van het kantoor berustte bij een directeur en een registeraccountant, die medio 2003 een onjuiste financiële voorstelling hebben gepresenteerd, en met het feit dat hij ([verzoeker]) zijn beschikbare tijd aan het uitbrengen van exploten besteedde. Hem is tuchtrechtelijk ook geen verwijt gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78f6bfdb12c97c9ae3a8231a5bc891309cc101dea9da8e535c0707936a2e0fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78f6bfdb12c97c9ae3a8231a5bc891309cc101dea9da8e535c0707936a2e0fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 19194 tot 19910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78f6bfdb12c97c9ae3a8231a5bc891309cc101dea9da8e535c0707936a2e0fa7 | shasum -a 256