Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ0139.

4.6 Met onderdeel 1.11 wordt het slot van rov. 2.3.2 bestreden. Daar geeft het Hof als zijn oordeel dat het, gegeven de zeer precaire situatie waarin de maatschap verkeerde, onverantwoord acht dat de vennoten, waaronder [verzoeker], desondanks aanzienlijke privé-opnamen deden en niet tot verlaging van die opnames zijn overgegaan na constatering van de slechte situatie. De noodzaak van de hoogte van de opnames heeft [verzoeker] niet voldoende aannemelijk gemaakt. Het Hof brengt hiermee, naar het voorkomt, tot uitdrukking dat de vennoten van [A], onder wie [verzoeker], niet voldoende zorg ten aanzien van de schuldeisers hebben betracht door niet het onttrekken van geld aan de maatschap voor privé-opnamen te verlagen teneinde meer financiële ruimte te scheppen voor het nakomen van de verplichtingen tegenover de schuldeisers, onder wie HBU. De vennoten, onder wie [verzoeker], hebben hun eigen belang boven dat van de schuldeisers gesteld. Dat acht het Hof verwijtbaar gedrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78f6bfdb12c97c9ae3a8231a5bc891309cc101dea9da8e535c0707936a2e0fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78f6bfdb12c97c9ae3a8231a5bc891309cc101dea9da8e535c0707936a2e0fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 34026 tot 35026.