Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ1663.
15. Hierin zou de Rechtbank bij de behandeling van het klaagschrift allicht aanleiding hebben gevonden verzoekster te vragen of het menselijkerwijs denkbaar is dat zij niet heeft gemerkt dat de strafzaak tegen haar partner, in verband waarmee de auto in beslag is genomen, ter zitting heeft gediend en tot een vonnis heeft geleid. De volgende vraag zou dan geweest kunnen zijn of denkbaar is dat verzoekster niet op de gedachte is gekomen haar advocaat, die namens haar het klaagschrift heeft ingediend, te vertellen dat die strafzaak speelde. Afhankelijk van het antwoord op deze vragen zou de Rechtbank zich ten slotte hebben kunnen afvragen of van deze advocaat niet (ten minste) verlangd had mogen worden dat hij kort na de vonnisdatum was nagegaan of er iets was beslist met betrekking tot de in die zaak inbeslaggenomen automobiel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debc3a36f51f8f55a84c0409b4aeadd5d1913b042c3511faaf8b988b07d6f551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debc3a36f51f8f55a84c0409b4aeadd5d1913b042c3511faaf8b988b07d6f551, en de alinea staat in dat document op bytes 11276 tot 12126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/debc3a36f51f8f55a84c0409b4aeadd5d1913b042c3511faaf8b988b07d6f551 | shasum -a 256