Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ1663.

16. Deze vragen kunnen uiteraard alsnog rijzen. Mij lijkt geenszins ondenkbaar dat de antwoorden op die vragen de Rechtbank op de gedachte brengen dat, ofschoon het op art. 552a Sv gegronde klaagschrift vóór de beslissing tot verbeurdverklaring is ingediend, van klaagster en haar advocaat verwacht had kunnen worden dat zij binnen aanvaardbare termijn na het uitspreken van het jegens [betrokkene 1] gewezen vonnis aan de Rechtbank duidelijk hadden gemaakt dat klaagster haar verzoek om teruggave van de auto handhaaft, doch nu in de gedaante van een beklag tegen de verbeurdverklaring. Uiteindelijk zou deze gedachte de Rechtbank tot het oordeel kunnen voeren dat het overschrijden van de in art. 552b, tweede lid, Sv gestelde termijn, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, aan verzoekster is toe te rekenen, zodat zij alsnog in haar beklag niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/debc3a36f51f8f55a84c0409b4aeadd5d1913b042c3511faaf8b988b07d6f551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt debc3a36f51f8f55a84c0409b4aeadd5d1913b042c3511faaf8b988b07d6f551, en de alinea staat in dat document op bytes 12146 tot 13059.