Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ2721.
3.6.2 Het Hof overweegt dat het moge zijn dat de punten waarover tussen partijen overeenstemming bestond in beginsel voldoende waren om tot het aangaan van een overeenkomst te komen, maar dat de vraag open blijft of partijen dat ook gedaan hebben. Deze vraag beantwoordt het Hof ontkennend. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat bij overeenkomsten als de onderhavige schriftelijke vastlegging zeer voor de hand liggend en gebruikelijk is, gezien de veelheid van onderwerpen die geregeld moeten worden, de omvang van de wederzijdse verplichtingen en het strikt zakelijke karakter van de overeenkomst (rov. 4.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06c7bb0f7ab45d7dd855eb6cf14b07b4f6910330fe70151df09c5511fa935511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06c7bb0f7ab45d7dd855eb6cf14b07b4f6910330fe70151df09c5511fa935511, en de alinea staat in dat document op bytes 11497 tot 12122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06c7bb0f7ab45d7dd855eb6cf14b07b4f6910330fe70151df09c5511fa935511 | shasum -a 256