Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AZ2721.

5.3 Daartegen voert Planoform nog aan dat zij door zich tegenover derden te verbinden in de positie was gekomen dat zij zelf niet meer van het project kon afzien en dat ABN AMRO, als zij zich nog niet definitief wenste te verbinden, daartegen bezwaar had moeten maken omdat zij wist of behoorde te weten dat het project voor Planoform alleen financieel haalbaar was indien de huurovereenkomst met ABN AMRO tot stand zou komen. Dat laatste blijkt echter uit niets en Planoform biedt er ook geen bewijs van aan. Ook heeft zij niet aangegeven hoe ABN AMRO wist of moest weten dat zonder haar deelname het project voor Planoform niet financieel haalbaar zou kunnen zijn. Als dat het geval was, heeft Planoform zich wellicht jegens derden verbonden in het vertrouwen dat de overeenkomst tussen partijen tot stand zou komen, maar dat vertrouwen was dan niet gerechtvaardigd. Uit niets heeft Planoform mogen begrijpen dat ABN AMRO in elk geval zou huren, hoe zeer het project ook vertraagd zou worden. Daar doet niet aan af dat ABN AMRO niet slechts door de vertraging op zichzelf haar belangstelling verloor, maar mede door het feit dat na verloop van tijd haar eigen belangen en beleidsstandpunten wijziging hadden ondergaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06c7bb0f7ab45d7dd855eb6cf14b07b4f6910330fe70151df09c5511fa935511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06c7bb0f7ab45d7dd855eb6cf14b07b4f6910330fe70151df09c5511fa935511, en de alinea staat in dat document op bytes 26451 tot 27685.