Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007
Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AI0669.
3.20. Er zijn gevallen denkbaar dat al bij de uitreiking van de factuur redelijkerwijze vaststaat dat de daarop (ten onrechte) vermelde omzetbelasting bij de ontvanger nimmer tot aftrek kan leiden, bijvoorbeeld omdat zonneklaar is dat de ontvanger niet de status van ondernemer (belastingplichtige) heeft. In zulke gevallen bestaat van meet af aan geen gevaar voor verlies aan belastinginkomsten; enige handeling van degene die de factuur heeft uitgereikt om dit gevaar uit te schakelen, is dan eigenlijk overbodig. Het vasthouden aan de eis dat de foutieve factuur moet worden gerepareerd, zou dan berusten op een fictie; de fictie dat elke factuur met een onjuiste btw-vermelding in potentie tot een onterechte aftrek van voordruk leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5a669e97cb232f26eca0708e6fb7bb4cfe55b35fb16e840aec2afc2247f4869. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5a669e97cb232f26eca0708e6fb7bb4cfe55b35fb16e840aec2afc2247f4869, en de alinea staat in dat document op bytes 40048 tot 40800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5a669e97cb232f26eca0708e6fb7bb4cfe55b35fb16e840aec2afc2247f4869 | shasum -a 256