Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.

b) in rov. 3.7 tot uitgangspunt wordt genomen dat arbiters de mogelijkheid om niet, met toepassing van art. 1035 lid 1 Rv., te besluiten tot schorsing van het arbitrale geding in geval van een verzoek of vordering tot wraking slechts dan mogen dan wel behoren te hanteren, wanneer aannemelijk is dat de wraking uitsluitend om de (arbitrale) procedure te vertragen werd gedaan; en voorts omdat in deze rov. is miskend dat arbiters bij de beoordeling of van de schorsingsmogelijkheid van art. 1035 Rv. gebruik zal worden gemaakt, geen rekening behoeven te houden met de mogelijkheid dat hun oordeel daarover belangrijk gewicht in de schaal zal leggen wanneer de Voorzieningenrechter zijn oordeel vormt over de (gerechtvaardigde vrees dat sprake is van) onvoldoende onafhankelijkheid of onpartijdigheid aan de kant van arbiters; terwijl ook hier geldt dat het oordeel van de Voorzieningenrechter in de beide aangestipte opzichten, niet met het op dit punt geldende recht verenigbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 45228 tot 46224.